Dutchbat I t/m IV

“You turn on the telly and every other story is tellin’ you somebody died”
Prince 
(Sign o’ the Times, 1987)

 

Tot aan zijn dood in 1980 heeft de Joegoslavische president Tito, partijvoorzitter van de Joegoslavische Communistenbond, de verschillende bevolkingsgroepen in zijn land bijeen weten te houden.

Na Tito’s dood wordt Joegoslavië bestuurd door een presidentieel collectief waarbij de voorzitter door één van de deelrepublieken wordt geleverd en jaarlijks wisselt.

De politieke situatie en economie in het Joegoslavië zonder Tito verslechteren snel. Tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, die zich onder Tito decennia achtereen zijn onderdrukt hebben gevoeld, komen aan de oppervlakte en de deelrepubliek Servië wordt almaar dominanter.

De opleving van etnische gevoelens leidt ertoe dat de relaties in de Communistenbond tot een kookpunt komen en verschillende deelrepublieken openlijk aansturen op zelfstandigheid. Onder Miloševic’ Serviërs viert het nationalisme hoogtij.

Als de deelrepublieken Slovenië en Kroatië zich als eerste onafhankelijk van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië verklaren, valt Joegoslavië op gewelddadige wijze uiteen.

Op dat moment is 44% van de bevolking van de deelrepubliek Bosnië Bosniak (moslim), 33% Serviër en 17% Kroaat.

Verloopt de afscheiding van Slovenië nog zonder bloedvergieten, in Kroatië barst de strijd in alle hevigheid los en vinden op grote schaal etnische zuiveringen plaats.

Wat de onafhankelijkheidsstrijd complex maakt is dat de Bosniaks, Kroaten en Serviërs onder Tito decennia achtereen in pais en vree hebben samengewoond. Opeens veranderen goede buren in meedogenloze moordenaars; deze vijandschap verschilt van straat en buurt tot dorp en regio.

tangotwee-sarajevo01

Sarajevo

tangotwee-sarajevo02

De VN-Veiligheidsraad neemt met resolutie 743 in februari 1992 de blauwdruk aan voor de United Nations Protection Force (UNPROFOR).

UNPROFOR is dan nog alleen geautoriseerd voor optreden in Kroatië. De voorgestelde sterkte van UNPROFOR is 10.000 militairen.

Het benodigde aantal militairen is vanaf de start van de operatie echter een probleem: de internationale gemeenschap aarzelt om aan UNPROFOR deel te nemen, ondanks het feit dat het eerste grote conflictgebied na de Koude Oorlog op slechts enkele uren vliegen en in de achtertuin van Europa ligt.

In maart 1992 verklaart ook Bosnië-Herzegovina zich onafhankelijk van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Al de volgende maand erkent de Europese Gemeenschap Bosnië-Herzegovina als onafhankelijke staat. Dat is water op vuur voor de Bosnische Serviërs, die zich onafhankelijk verklaren en de Republika Srpska uitroepen. Waarna tussen de legers van Bosnië-Herzegovina (Armija Bosna i Herzegovina, ABiH) en Bosnisch-Servië (Vojska Republijke Srpska, VRS) gevechten uitbreken.

De Bosnische Serviërs worden bijgestaan door het federale Joegoslavische leger (JNA), dat wordt gedomineerd door de Serviërs.

Bij het uitbreiden van de strijd naar Bosnië, vangen de Bosnische Serviërs hun etnische zuiveringen aan tegen de moslims (Bosniaks) en Kroaten.

tangotwee-unitednations

Hoewel de internationale gemeenschap de wantoestanden in voormalig Joegoslavië sterk afkeurt, wordt er lange tijd onvoldoende gedaan.

Een kentering lijkt de reportage van de journalisten Penny Marshall en Ed Vulliamy, in augustus 1992, over de concentratiekampen Omarska en Trnopolje in de buurt van Prijedor in het noorden van Bosnië. Deze zijn opgezet door de VRS om Bosniaks en Kroaten gevangen te zetten.

Het lijkt erop dat de beelden van de onmenselijkheden in de kampen een omslag teweegbrengen in het denken over de oorlog in voormalig Joegoslavië.

Om het hardst wordt geroepen dat iets moet worden gedaan. NRCV’s actualiteitenrubriek Hier en Nu sluit haar reportages over Joegoslavië wekelijks af met: “En nog steeds wordt er niet ingegrepen…”

Aanvankelijk is het ingrijpen van UNPROFOR beperkt tot het demilitariseren van de gebieden die als United Nations Protected Areas (UNPA’s) in Kroatië worden aangemerkt. De UNPA’s komen grofweg overeen met de Kroatische regio’s Krajina en Slavonië, waarvan de inwoners moeten worden beschermd tegen gewapende aanvallen.

Met vele andere landen zendt ook Nederland in 1992 blauwhelmen naar voormalig Joegoslavië. De Nederlandse bijdrage bestaat uit een verbindings- en transportbataljon, stafofficieren op diverse hoofdkwartieren en militaire waarnemers, de zogenoemde United Nations Military Observers (UNMO’s).

Bij resolutie 758 van juni 1992 breidt de VN-Veiligheidsraad het mandaat van UNPROFOR uit tot Bosnië-Herzegovina.

Ook haar taakstelling wordt opgerekt: naast het ontwapenen van lokale strijders valt nu ook het ondersteunen van humanitaire hulpverlening – de beveiliging van hulpkonvooien en belangrijke aanvoerroutes – en het toezien op de naleving van No Fly Zones en Safe Areas onder de taken van de blauwhelmen.

Intussen is het oosten van Bosnië-Herzegovina het strijdtoneel tussen moslimstrijders en paramilitaire Servische strijdgroepen, later tussen de ABiH en de VRS. Met als gevolg dat hier, langs etnisch-geografische lijnen, de enclaves Goražde, Žepa en Srebrenica ontstaan.

Bestaat de enclave Srebrenica in januari 1993 nog uit een gebied van bijna 900 km² rond de stad Srebrenica, twee maanden later is dit na gevechten met de VRS tot éénzesde hiervan gereduceerd.

kst-28506-3-3

De “veilige gebieden” zijn ingesteld met een nadrukkelijke verwijzing naar hoofdstuk 7 van het VN-Handvest (Action with respect to threats to the peace, breaches of the peace and acts of aggression) en rechtvaardigen aldus hardere actie.

Weliswaar zijn alle Safe Areas – Sarajevo, Srebrenica, Žepa, Goražde, Tuzla en Bihać – in handen van de ABiH, het humanitaire leed onder de bevolking is er schrijnend groot en de belegering door de VRS onverminderd.

Onderwijl verliest het op papier krachtige UNPROFOR-mandaat langzaamaan aan kracht: de volgens hoofdstuk 7 van het VN-Handvest ingestelde “veilige gebieden” steken immers scherp af met showing the flag. Weinigen geloven dat de herkenbare aanwezigheid van VN-troepen de vijandelijkheden tussen de strijdende partijen zal verminderen en kan leiden tot vredesonderhandelingen.

Het UNPROFOR-mandaat wordt uitgebreid met resolutie 836. Dit omvat het concept van de Safe Areas en gaat uit van ‘afschrikking door slagkracht’ (deterrence through strength). In geval van nood zullen de VN-militairen worden geholpen door air strikes en close air support van de NAVO.

t-shirt

De uitbreiding van het mandaat met resolutie 836 is noodzakelijk om de VN in staat te stellen de taak in de Safe Areas uit te voeren om het verlenen van humanitaire hulp aan de bevolking mogelijk te maken. Inhoudelijk betekent de uitbreiding het afschrikken van aanvallen tegen de Safe Areas, het begeleiden van het staakt-het-vuren, het bevorderen van de terugtrekking van voor de Safe Areas vijandige (para)militaire eenheden en het innemen van een aantal sleutelpunten op de grond. Ter zake lijkt resolutie 836 de panacee voor UNPROFOR.

Op 14 juni 1993 stuurt de Secretaris-generaal van de VN, Boutros-Ghali, een rapport aan de VN-Veiligheidsraad. Dit geeft een analyse van de operatiemethoden waaronder VN-resolutie 836 kan worden uitgevoerd.

Zijn rapport liegt er niet om: “In order to ensure full respect for the safe areas, the Force Commander of UNPROFOR estimated an additional troop requirement at an indicative level of approximately 34,000 to obtain deterrence through strength. However, it would be possible to start implementing the resolution under a “light option” envisaging a minimal troop reinforcement of around 7,600. While this option cannot, in itself, completely guarantee the defence of the safe areas, it relies on the threat of air action against any belligerents.”

Zelfs het minimale aantal van 7.600 militairen uit de ‘lichte optie’ van resolutie 836 zal nooit worden gehaald. Ondanks de juridische onderbouwing door hoofdstuk 7 van het VN-Handvest en de spierballentaal in resolutie 836, betekent hardere actie (“obtain deterrence through strength“) ook een groter risico op escalatie van het conflict, slachtoffers onder de blauwhelmen en collateral damage. Is dat de wens van de lidstaten van de Verenigde Naties?

tangotwee-baretvn

Een van de gebieden waar de VN-troepen de bevolking moet beschermen, is de door de VRS omsingelde enclave Srebrenica.

De afbakening tot Safe Area van Srebrenica vindt allesbehalve onopvallend plaats. Op 14 maart 1993 bezoekt de Force Commander van UNPROFOR, de Franse generaal Philippe Morillon, het door de VRS belegerde stadje Srebrenica. Het is overbevolkt en in de eerste levensbehoeften kan nauwelijks worden voorzien.

Daar maakt Morillon, tegen het advies van de VN in New York in, het statement dat de bevolking door de internationale gemeenschap zal worden beschermd. Tot de noodlijdende inwoners van Srebrenica spreekt Morillon vastberaden de woorden: “Je ne vous quitterai jamais” (“Ik zal u nooit in de steek laten”). Waarmee de aanwezigheid van de VN in het stadje een voldongen feit is.

Zonder gezichtsverlies te lijden, kan de VN-Veiligheidsraad de volgende maand niet anders dan Morillons initiatief overnemen. De Safe Area Srebrenica wordt formeel tot gedemilitariseerd gebied verklaard en onder toezicht van de VN geplaatst.

Zo beschermt vanaf 18 april 1993 een met VN-blauw uitgedoste Canadese infanteriecompagnie van ongeveer 150 man de enclave, terwijl het hoofdkwartier van het Canadese bataljon (CANBAT) zich in Visoko bevindt. Dit is zo’n honderd km verderop, hemelsbreed.

De Canadese troepen in de enclave hebben de nodige problemen “met de positionering van hun troepen, de bevoorrading, de hulpverlening aan de bevolking en de bewaking van de status quo”.

tangotwee-09

Het internationaal ingrijpen op de Balkan schittert tot dan toe eerder door besluiteloosheid dan vastberadenheid. Ook Nederland twijfelt of het met een gevechtseenheid zal deelnemen. Weinig VN-lidstaten staan te springen om militairen voor de bescherming van de Safe Areas ter beschikking te stellen.

Niet alleen is deterrence through strength niet zonder risico’s, door troepen aan te bieden stemmen de VN-lidstaten in met het leveren van gevechtskracht die aan handen en voeten is gebonden. Het mandaat van UNPROFOR dicteert immers dat de blauwhelmen alleen uit zelfverdediging mogen handelen.

tangotwee-11lmb

Vanaf 1992 zijn in Nederland ondertussen de eerste luchtmobiele bataljons gevormd. Het zijn eenheden met de nieuwe beroepsmilitairen voor de Nederlandse krijgsmacht.

Hoewel aan het ontplooien van een infanteriebataljon mitsen en maren zitten, besluit de Nederlandse regering een jaar later een infanteriebataljon met eigen ondersteuning ter beschikking te stellen van de VN.

Op 3 september 1993 biedt dr. Niek Biegman, de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN, aan de militair adviseur van de Secretaris-generaal van de VN een bataljon van de Luchtmobiele Brigade aan voor de uitvoering van met name VN-resolutie 836 en de daarin genoemde Safe Areas.

Minister van Defensie A.L. ter Beek herhaalt dit aanbod vier dagen later tegenover de VN Secretaris-generaal, die het op 21 oktober 1993 aanvaardt. Op 12 november 1993 stemt de Nederlandse regering in met de uitzending van Dutchbat en zegt de eenheid van ongeveer 1.200 militairen in beginsel voor anderhalf jaar toe aan de VN voor inzet in Bosnië-Herzegovina.

tangotwee-falcon

Dutchbat is de eerste gevechtseenheid van bataljonsgrootte die aan de VN wordt aangeboden na de Nederlandse inzet in 1979-’85 voor de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL).

Nederland stelt geen voorwaarden over de locatie van Dutchbat. Tijdens een van de verkenningen, in december 1993, krijgt Dutchbat van de VN te horen dat de opdracht het beschermen, toezicht houden op en ontwapenen van de 40.000 Bosniërs in de enclaves Srebrenica en Žepa wordt. Volgens de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal H.A. Couzy, “een niet eenvoudige, maar wel uitvoerbare opdracht’’, zoals ook zijn advies aan de minister van Defensie luidt.

Als in ’94 het eerste voor inzet gerede bataljon van 11 Luchtmobiele Brigade in voormalig Joegoslavië wordt ontplooid, zijn de locaties ondertussen gewijzigd in Srebrenica en Tuzla.

De eerste rotatie is Dutchbat I: een luchtmobiel opgeleide en getrainde eenheid met pantserrupsvoertuigen en een VN-blauwe taakstelling.

Dutchbat I, gestationeerd in de Safe Areas Srebrenica en Tuzla, voert haar werkzaamheden uit vanaf de compounds en observatieposten (OP’s) in en rondom Potočari in het noorden van de enclave; in de stad Srebrenica zelf; en in Simin Han, onder de rook van Tuzla. Op 10 maart 1994 wordt de Canadese infanteriecompagnie in Srebrenica afgelost door Dutchbat I.

tangotwee

In 1994 draagt luitenant-kolonel C.P.H. Vermeulen van Dutchbat I het commando over de Nederlandse operatie in het noordoosten van Bosnië over aan zijn ranggenoot P.L.E.M. Everts van Dutchbat II.

Intussen heeft de peace-keeping van UNPROFOR zich geëvolueerd tot een soort Pyrrusoperatie: een operatie die, binnen het opgelegde mandaat en met de toegewezen middelen, onmogelijk de vrede op de Balkan kan handhaven. Waar vrede geen vooruitzichten heeft, is vredeshandhaving een illusie.

Eens te meer blijkt dat de strijdende partijen op de Balkan nauwelijks onder de indruk zijn van de VN-troepen en naar de buitenwacht de schijn van vrede hooghouden. Een tekortschietend mandaat en het steeds weer vastlopende vredesoverleg doen de rest.

Uiteindelijk resulteert dit alles in het zwartst denkbare scenario: in juli 1995 valt de Safe Area Srebrenica in handen van de VRS. Met alle gevolgen van dien, welke tot op de dag van vandaag diepe littekens in de Bosnische en internationale gemeenschap nalaten.

Troepen van de VRS onder leiding van generaal Ratko Mladic overlopen de enclave en het door luitenant-kolonel Th.J.P. Karremans geleide Dutchbat III. Door het ontbreken van een daadkrachtig mandaat en bijbehorende middelen, is Karremans’ bataljon niet in staat een massale genocide te voorkomen.

Mladic’ troepen plegen de grootste oorlogsmisdaad in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

De rest is geschiedenis en een discussie zonder einde, behalve dan voor de nabestaanden, inwoners van Srebrenica en militairen van Dutchbat III.

Lest we forget

tangotwee-acoy

Wie eveneens niet mogen worden vergeten, zijn de militairen van Dutchbat Griffin.

In tegenstelling tot haar voorgangers is van dit Dutchbat slechts één compagnie ter grootte van tweehonderd militairen uitgezonden: de Alfa Compagnie (A-Coy) van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers (42 BLJ) van de Legerplaats Seedorf in Duitsland. Na de val van Srebrenica worden in de enclave geen Nederlandse troepen meer ontplooid.

A-Coy wordt ontplooid op dezelfde locatie waar ik mijn uitzending met de Bravo Compagnie van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel heb mogen draaien: Simin Han.

Lang heeft de A-Coy te boek gestaan als “De vergeten compagnie”, vooral omdat er na het drama in de enclave Srebrenica nauwelijks nog oog was voor die ene uitgezonden eenheid. Onder dezelfde naam publiceert de compagniescommandant van de A-Coy, majoor M.C. Engbersen, in 1997 zijn uitzendmemoires.

tangotwee-devergetencompagnie

Tien jaar na de uitzending, tijdens de reünie in 2005, krijgt de A-Coy Dutchbat IV haar uitzendvlag. De Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Van Uhm, overhandigt deze verlate vorm van erkenning aan majoor Engbersen. Waarmee deze zelfstandig uitgezonden compagnie aan de vergetelheid lijkt ontrukt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s